IT-studenten UCLL bouwen via ecofoodmap mee aan gezonde voeding in Leuven

Je bekijkt nu IT-studenten UCLL bouwen via ecofoodmap mee aan gezonde voeding in Leuven

Wij wilden echt trots kunnen zijn op onze bijdrage”

Hoe breng je indicatoren over gezonde voeding in kaart, op een manier die ook bruikbaar is voor beleidsmakers? Vier studenten Toegepaste Informatica van UCLL bogen zich vijf weken lang over die vraag, in samenwerking met Leuven 2030. Voor Leuven 203 Urban Lab bouwden ze een nieuwe versie van de ecofoodmap, een interactieve datatool die inzicht geeft in de voedingsgewoontes van Leuvenaars. De docent en één van de studenten geven een inkijk in wat zo’n project voor hen betekent.

Het project kaderde binnen de bachelorproef van de UCLL-studenten Toegepaste Informatica, waarbij ze zelfstandig een uitdagende en innovatieve case uitwerken voor een echte klant. “Daarbij kiezen we geregeld voor samenwerkingen met externe organisaties die een maatschappelijke impact nastreven,” vertelt David Vandenbroeck, lector en projectmanager bij Digital Solutions, de onderzoeksgroep van UCLL. “Die opdrachten zijn technisch uitdagend, maar ze bieden onze studenten ook een bredere kijk op de samenleving in al haar aspecten. Via zulke projecten leren ze samenwerken met klanten, feedback verwerken én maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Zo ervaren ze hoe IT een hefboom kan zijn voor positieve verandering.”

De samenwerking met Leuven Urban Lab is niet nieuw: UCLL-studenten werkten de voorbije jaren – naast projecten zoals de website van Leuven 2030 – ook al mee aan eerdere versies van de ecofoodmap. “Wij waren al erg tevreden over de tool, omdat je er een uniek overzicht terugvindt van alle indicatoren rond duurzame voeding in Leuven,” vindt David Vandenbroeck. “Maar om de website relevant te houden, is het wel belangrijk dat de data die erop staat ook up to date is.” Dit steeds manueel doen bleek een huzarenstukje. “Vier van onze bachelorstudenten hebben de ecofoodmap nu gebruiksvriendelijker en toegankelijker gemaakt via AI, zodat de admin de data nu veel sneller kan aanpassen en beheren.”

Van basiswebsite naar zinvolle tool op maat

Eén van de bachelorstudenten die daarvoor heeft gezorgd, is de Antwerpse Nikolai Daelemans (22). “Tijdens onze opleiding werkten we altijd met gesimuleerde scenario’s. Dit keer ging het om een echte klant met reële verwachtingen. Ook het support-systeem van de school viel weg: je moest zelf initiatief nemen, een werkmethode afspreken binnen je team en professioneel communiceren met de klant.” Dat was spannend, maar ook motiverend. “We wilden echt iets afleveren waar we trots op konden zijn. Niet gewoon een schoolopdracht, maar een zinvolle tool die iemand effectief gebruikt.”

Samen met zijn medestudenten Hugo, Hannah en Dylan werkte Nikolai vijf weken lang intensief aan de vernieuwde versie van de ecofoodmap. “Doordat we ons voltijds op dit project konden storten, hadden we de ruimte om het echt goed aan te pakken en beslissingen op maat te nemen.”

Zo ontwikkelden de studenten een ‘webscraper’ die met één gerichte prompt automatisch voedingsindicatoren voor Leuven opspoort in digitale bronnen – en via een deep search zelfs nieuwe indicatoren afleidt uit de inhoud van die bronnen zelf. “Op vijf weken tijd konden we niet de hele dataverzameling automatiseren. Daarnaast verandert het web constant en bronnen zijn helaas zelden uniform opgebouwd,” legt Nikolai uit.

Toch heeft de webscraper van de UCLL-studenten de ecofoodmap al stukken efficiënter gemaakt. “Tot voor kort moest projectcoördinator Marie Mauer steeds handmatig op zoek gaan naar gegevens als ‘Hoeveel procent van de bevolking eet dagelijks twee porties fruit?’ of ‘Wat is de jaarlijkse uitgave aan brood en graanproducten?’. Nu kan ze die info in één muisklik terugvinden, exporteren in excel en opnieuw invoeren in de tool.”

Een bijkomend voordeel van zo’n licht en gericht AI-model is dat het minder energie verbruikt. “AI vraagt nu eenmaal flink wat rekenkracht, dus ook daar moesten we een slimme kosten-batenafweging maken,” zegt Daelemans. “We kozen dan ook bewust voor een gratis, licht model dat enkel de bron zelf doorzoekt in plaats van een hele website te scrapen. Dat maakt het ook makkelijk schaalbaar – ideaal als andere steden er later mee aan de slag willen.”

Agile in de praktijk

Het team werkte volgens de Agile-methodologie, een projectaanpak die ook in veel bedrijven gangbaar is. “Elke week leverden we een nieuwe sprint op, telkens opgedeeld in kleinere taken of ‘user stories’ – zoals ‘maak het mogelijk om de website zowel in het Engels als Nederlands te gebruiken’. Elke ochtend deden we een stand-up meeting om de taken voor die dag te overlopen, en elke avond een korte ‘retrospective’. Die structuur hield ons scherp.”

Leuven 2030 werkt al langer volgens dat principe. “Marie was zelf ook bekend met Agile, waardoor de samenwerking met haar eigenlijk supervlot verliep,” deelt de student. “We hadden wekelijks overleg, stuurden onze voortgang via GitHub door en gebruikten WhatsApp voor korte vragen tussendoor. Die laagdrempelige communicatie werkte prima en Marie speelde ook telkens kort op de bal qua feedback.”

Trots op impact

Of Nikolai nu anders naar voeding kijkt sinds het project? Hij lacht: “Ik eet sowieso al gezond, dus daarin ben ik niet veranderd. Maar sommige cijfers zijn wel blijven hangen. Zoals dat slechts 38 procent van de bevolking dagelijks twee porties fruit eet. Dat las ik letterlijk tussen de code, in de backend van de applicatie. Dan dringt het toch iets dieper door. Maar verder waren wij toch vooral met de droge programmeertaal zoals variabelen, objecten en foutopsporting bezig. Dan zie je de datapunten in de eerste plaats als ‘nummers’ in plaats van echte voedingsfeiten.”

Toch heeft Nikolai wel vaak over de ecofoodmap gepraat met vrienden, familie en zijn vriendin. “Zij vroegen geregeld hoe het liep met ons project, en dan rol je van een uitleg over een dataverzameling rond voeding automatisch in een gesprek over gezond eten en duurzaamheid.”

De vernieuwde ecofoodmap wordt nu verder gebruikt door Leuven 2030. En Daelemans? Die hoopt ook in de toekomst maatschappelijke projecten te kunnen combineren met zijn liefde voor technologie. “AI interesseert me enorm. Maar ik blijf het liefst werken aan iets wat ook buiten de code iets betekent.”