de samenwerking van imec met de Leuvense Materialenbank
Toen het Leuvense hightech onderzoeksinstituut imec begin jaren 2000 zijn kantoorgebouw ‘imec 4’ renoveerde, was activity-based werken nog toekomstmuziek. Elke medewerker had een vaste werkplek, het interieur was puur functioneel en hergebruik speelde nauwelijks een rol. Twintig jaar later ziet de renovatie van ‘imec 4’ er helemaal anders uit. Wat begon als een logistieke uitdaging, groeide uit tot een circulair experiment waarbij oude materialen via lokale partners een tweede leven kregen. Architecte Els Leen en duurzaamheidsdirecteur Wim Fyen lichten toe.
“Bij de start van de meest recente renovatie van imec 4 in 2021 wisten we dat er gigantische materiaalstromen op ons zouden afkomen,” begint architecte Els Leen. “We wilden niet de makkelijke weg nemen en alles zomaar naar het containerpark brengen.”
“We zijn dan wel geen bouwbedrijf, maar als bouwheer dragen we wél verantwoordelijkheid,” vervolgt directeur duurzaamheid Wim Fyen. “En als innovatieve onderzoeksinstelling willen we ook op dat vlak het verschil maken. Duurzaam bouwen gaat verder dan recycleren – het draait om herdenken, herontwerpen en samenwerken met lokale partners.”

Praktische kant van de zaak
Enter de Leuvense Materialenbank, onderdeel van Atelier Circuler vzw, en het Leuvense maatwerkbedrijf ‘Wonen en Werken vzw’, dat bouwmaterialen recupereert. Samen met deze partners onderzocht imec wat herbruikbaar was en hoe dat alles logistiek aangepakt kon worden. “Onze haalbaarheidsstudie vergeleek het klassieke scenario – afbreken, afvoeren, storten – met een circulaire aanpak van demonteren, sorteren en herbestemmen,” beschrijft Els Leen. “De meerkost bleek verrassend klein én sociaal verantwoord. Dat gaf de doorslag.”
De samenwerking kreeg vorm in de praktijk: zodra er een verdieping gerenoveerd werd, werden bruikbare materialen tijdelijk gestockeerd in het gebouw zelf en daarna in één transportbeweging naar de Materialenbank gevoerd. “Zij namen het plaatmateriaal, de deuren en de metaalstructuren voor hun rekening. De electronica zoals stopcontacten en schakelaars werden dan weer allemaal apart gesorteerd en gedoneerd aan ‘Wonen en Werken’,” gaat de imec-architecte verder. “Omgekeerd – waarbij wij zelf bestaande materialen hergebruiken in bouwprojecten – is dat nog niet gebeurd. Maar we zijn dit wel aan het meenemen in toekomstige projecten die vandaag al op de tekentafel liggen,” vult haar collega Wim Fyen aan.
Ook de Kringwinkel werd niet zomaar overspoeld met imec’s oude meubels. “We namen zelf contact op met de Leuvense scholen en goede doelen in ons netwerk om te vragen of zij nog kasten of tafels konden gebruiken, en de mond-aan-mond-reclame deed de rest van het werk,” legt Wim Fyen uit. “Een deel van ons meubilair belandde zo bijvoorbeeld in tijdelijke opvanghuizen voor Oekraïense gezinnen. Voor al dit transport schakelden we een verhuisfirma in – op onze kosten.”

Circulaire ambities zichtbaar in kantoorruimte
Imec’s circulaire visie sijpelt ook door in de manier waarop de nieuwe kantoorruimtes werden ingericht. Geen verlaagd plafond meer over het hele oppervlak, zoals vroeger standaard was in kantoren, maar enkel waar het technisch nodig is – voor ventilatie, koeling, verwarming en verlichting. “Dat spaart niet alleen heel wat materiaal uit, het maakt het gebouw ook makkelijker aanpasbaar bij veranderingen,” legt Els Leen uit.
Ook in de afwerking en inrichting werd die visie doorgetrokken. “Door gestandaardiseerde afwerkingsniveaus en meubilair wordt hergebruik in de toekomst vergemakkelijkt. Zo hebben de wanden overal dezelfde afwerkingshoogte en het meubilair is uniform, waardoor uitwisseling tussen de gebouwen eenvoudiger wordt.” De modulaire wandenindeling biedt bovendien de flexibiliteit om wanden tussen kolommen te verplaatsen, zonder aanpassingen aan technieken of plafonds. “Op die manier kunnen ruimtes in de toekomst gemakkelijker worden aangepast; zonder extra afvalstromen.”
Tot slot werden ook de akoestische wanden circulair ontworpen: de panelen zijn gemaakt van gerecycleerde PET-flessen en genageld in plaats van verlijmd. “Zo kunnen we ze later opnieuw gebruiken, en ze zorgen meteen ook voor meer kleur en sfeer in het gebouw.”

Nieuwe, flexibele werkcultuur zorgt voor betere kantoorfootprint
De overstap naar een resource-efficiënte kantooromgeving was in de eerste plaats een reactie op de verschuiving naar een nieuwe werkcultuur bij imec. “We waren al langer op zoek naar een nieuwe manier van werken door het groeiende aantal werknemers en de toename van thuiswerk sinds de coronapandemie,” vertelt Els Leen. “Zo maakten onze vaste werkplekken plaats voor slimme, activity-based workplaces, waar je werkt op basis van je taken van die dag.”
Voor en na de verhuis hield het imec-team surveys onder de collega’s om hen bij de plannen te betrekken. “In het begin heerste er scepsis – niet iedereen vindt het fijn om geen vaste werkplek meer te hebben,” gaat de architecte verder. “Toch zijn de well-being- en tevredenheidspeilingen bij de medewerkers hoog. Vooral de akoestiek, de vele planten op elke verdieping en de variatie aan ruimtes – van projectruimtes tot stille zones en overlegruimtes – worden enorm gewaardeerd. En wij zijn ook erg tevreden, want zonder dit doordachte ontwerp hadden we door de snelle groei van imec nu al extra kantoren – en dus extra materiaal – nodig gehad. Nu kunnen we onze kantoorfootprint veel beter bewaken.”

Wat brengt de toekomst?
De samenwerking met de Materialenbank stopt wellicht niet bij dit project. Voor toekomstige bouwprojecten zoals het nieuwe ‘imec 6’ en de cleanroom ‘fab 4’ onderzoekt imec hoe hergebruik opnieuw een rol kan spelen. “Voor de bouwwerken hebben we onlangs verschillende oude eiken en beuken moeten rooien op onze centrale campus,” aldus Els Leen. “Dat hout wordt nu gedroogd en zal mee verwerkt worden als basismateriaal voor het meubilair en de inkleding van imec 6. In de tussentijd wordt het bij de Materialenbank gestockeerd.”
Toch zijn er nog drempels. Veel hergebruikte materialen voldoen bijvoorbeeld niet aan de certificeringseisen die publieke aanbestedingen opleggen. Dat maakt het moeilijk om ze op grote schaal in te zetten. “We missen vandaag nog kwaliteitslabels voor herbestemde materialen,” verduidelijkt Wim Fyen. “Bouwpartners en opdrachtgevers zijn nog zoekende, maar dat verandert gelukkig snel. De markt evolueert volop.”
En soms is het vervangen van materiaal zelfs niet nodig. “Slimmer omgaan met wat er al is, blijft de duurzaamste keuze,” besluiten de imec-medewerkers.











