Elk jaar komen duizenden internationale studenten naar Leuven. Ze richten een kamer in, kopen spullen voor hun tijdelijke verblijf en vertrekken enkele maanden later opnieuw. Welke plaats hebben zij binnen de circulaire ambities van de stad? Die vraag stond centraal in Evidence-Based Storytelling for Shaping Circular Cities, een project binnen het honoursprogramma Transdisciplinary Insights (TDI) van KU Leuven. Zes studenten uit verschillende disciplines onderzochten hoe internationale studenten omgaan met duurzaamheid. Studente Chloë Jans en coach Michiel Pauwels delen de belangrijkste lessen uit een jaar transdisciplinair samenwerken.
Het TDI-project vertrok vanuit een eenvoudige vaststelling: data alleen volstaat niet om mensen anders te laten denken of handelen. Voor coach Michiel Pauwels, doctoraatsonderzoeker aan KU Leuven, sloot die uitdaging nauw aan bij zijn eigen onderzoek naar circulaire economie op stadsniveau. “Veel onderzoek focust op indicatoren en harde cijfers”, vertelt hij. “Maar mensen handelen vooral vanuit overtuigingen en ervaringen. Daarom wilden we onderzoeken hoe je wetenschappelijke inzichten kunt vertalen naar verhalen die mensen écht meenemen in een maatschappelijke transitie.”
Het onderwerp lag vast, maar de zes teamleden gaven tijdens het academiejaar zelf richting aan het project. Zo stelde masterstudente Statistiek en Data Science Chloë Jans voor om te focussen op internationale studenten, geïnspireerd door haar eigen ervaringen. “Via mijn vorige master sociologie en mijn huidige master heb ik veel internationale vrienden”, vertelt ze. “Ik zag hoe zij vaak met praktische problemen worstelden: van meubels weggeven aan het einde van hun verblijf tot het vinden van Engelstalige informatie over lokale tweedehandsinitiatieven.”
Tegelijk telt Leuven meer dan 16.000 internationale studenten, goed voor meer dan een kwart van de studentenpopulatie. “Ik vond het opvallend dat deze groep zo weinig aandacht krijgt in onderzoek naar de duurzame toekomst van de stad”, zegt Jans.
Om die blinde vlek beter te begrijpen, ontwikkelde de TDI-groep een grootschalige enquête. Meer dan 340 studenten namen deel, onder wie ongeveer 250 internationale studenten uit meer dan veertig landen. “We bevroegen hun consumptiegedrag, kennis van circulaire initiatieven, mobiliteit, huisvesting en de barrières die ze ervaren”, somt Chloë op. “Om die resultaten verder te duiden, organiseerden we nadien ook een focusgroep met zes internationale studenten.”

Geen gebrek aan motivatie

De enquête en focusgroep brachten een opvallend inzicht aan het licht: veel internationale studenten willen wel duurzame keuzes maken, maar botsen op praktische drempels. “Wanneer studenten in Leuven aankomen, komt er enorm veel op hen af”, gaat Michiel Pauwels verder. “Ze moeten een kamer inrichten, administratieve zaken regelen en hun nieuwe omgeving ontdekken. Op dat moment verdwijnen duurzame keuzes vaak naar de achtergrond.”
Uit zowel de enquête als de focusgroep bleek bovendien dat de stad en de universiteit internationale studenten nog beter de weg kunnen wijzen naar het bestaande aanbod. “Veel studenten gaven aan dat ze pas weken na aankomst ontdekten welke deel- en hergebruikinitiatieven er in Leuven bestaan”, legt Chloë Jans uit. “Tegen dan hebben ze de meeste aankopen voor hun kot al gedaan.” Voor deze doelgroep valt volgens de studentonderzoekers nog heel wat winst te boeken met vroegere en gerichtere communicatie.

Tijdens de focusgroep dook ook geregeld de term ‘Erasmus mindset’ op. “Wie weet dat hij of zij slechts enkele maanden of een jaar in Leuven verblijft, voelt zich vaak minder verbonden met de stad en investeert daardoor minder snel in lokale netwerken of duurzame systemen”, aldus de masterstudente.
Volgens Jans raakt dit aan een bredere beleidsvraag. “Leuven heeft ambitieuze plannen rond duurzaamheid. Maar wie een inclusieve circulaire stad wil bouwen, moet ook rekening houden met de duizenden tijdelijke bewoners die elk jaar deel uitmaken van het stadsweefsel.”
Meer dan één kijk op duurzaamheid

De studenten in het team delen hun visie op duurzaamheid met elkaar
Internationale studenten vormen natuurlijk geen homogene groep. “Sommige studenten maken duurzame keuzes bijna automatisch, terwijl anderen vaker vertrekken vanuit klassieke consumptiepatronen”, vergelijkt Chloë. “Nog anderen zetten vooral in op hergebruik of op het herstellen van producten.”
Die verschillen kwamen ook naar voren in de statistische clusteranalyse van het team. De zes studenten onderscheidden vier grote gedragsprofielen: de duurzame doeners (Routine Circular Practitioners), de klassieke consumenten (Consumption-Oriented Linear Thinkers), de hergebruikers (Reuse-Oriented Actors) en de herstellers (Repair and Recirculation Specialists).
Ook binnen het onderzoeksteam zelf leefden uiteenlopende ideeën over duurzaamheid. “Waar de ene student duurzaamheid koppelt aan een groenere en efficiëntere economie, legt de andere de nadruk op minder consumeren en een andere levensstijl”, blikt Michiel Pauwels terug. Die verschillen leidden soms tot stevige discussies, maar brachten ook verrassende inzichten met zich mee. “Iedereen brengt zijn eigen achtergrond, ervaringen en expertise mee. Daardoor bekijk je een vraagstuk vanuit meerdere invalshoeken.”
Een project dat verder leeft – het Re-Startkit

Voor veel onderzoeksprojecten stopt het verhaal bij een rapport of presentatie. Maar voor Evidence-Based Storytelling for Shaping Circular Cities begon daar net een volgend hoofdstuk. Terwijl de projectdeelnemers internationale studenten bevroegen over hun consumptiegedrag, werkte de vzw ‘Maakbaar Leuven’ achter de schermen aan het Re-Startkit. Dit pilootproject, dat gefinancierd wordt door ‘Vlaanderen Circulair’ en gecoördineerd door A. Tielens, wil studenten vanaf volgend academiejaar de mogelijkheid bieden om kleine huishoudtoestellen uit te lenen.
Voor dit initiatief onderzocht de groep niet alleen welke producten internationale studenten vandaag aankopen, maar ook welke toestellen zij liever zouden huren dan kopen. De data en aanbevelingen die het team en Victor Dewaele van de Leuvense studentenkoepel LOKO tijdens de stakeholdermeetings formuleerden, bleven niet zonder gevolg: naast stofzuigers, waterkokers en koffiemachines kregen ook bureaulampen en rijstkokers een plaats in de uitleenpakketten.
“Aan die toevoegingen hadden wij zelf niet gedacht. Het toont nog maar eens aan hoe belangrijk het is om de stem van de doelgroep mee aan tafel te hebben”, zegt Sara Vantournhout van KU Leuven Engage en Maakbaar Leuven.
De communicatieadviezen van de TDI-groepsleden vonden eveneens hun weg naar het project. Samen met LOKO en kringwinkel ViTeS zetten de organisatoren extra in op een vroege kennismaking met de Re-Startkit. Via flyers in studentenresidenties, onthaalactiviteiten, bestaande studentenkanalen en de Student Welcome moeten internationale studenten al vanaf hun aankomst in Leuven warmgemaakt worden.
Voor Pauwels toont die wisselwerking precies waar de kracht van TDI ligt. “Studenten krijgen de kans om niet alleen onderzoek te doen, maar ook effectief samen te werken met organisaties en beleidsactoren buiten de universiteitsmuren.” Chloë knikt. “Daardoor zie je veel sneller dan bij het schrijven van een bachelor- of masterproef hoe onderzoek kan bijdragen aan echte verandering.”
Dat Jans positief terugkijkt op de ervaring, blijkt uit het engagement dat ze ook volgend academiejaar binnen TDI opneemt. Dan verruilt ze haar rol als deelnemer voor die van coach: een opdracht die ze met enthousiasme tegemoetziet.
